woensdag 10 december 2025

Onderstaand vind je een vertaling van een brief die we in het Moskou-archief hebben teruggevonden. Het document is opgesteld in Kurrentschrift (oud Duits handschrift) en werd met behulp van een online OCR-tool omgezet en vervolgens handmatig gecontroleerd.

De brief is gericht aan het Forstamt van Kapellen en geeft een inkijk in de boskap- en controlepraktijk tijdens de Duitse bezetting in 1918. Hieronder staan zowel de oorspronkelijke Duitse tekst als de Nederlandse vertaling.


Schilde, den 20. X. 18.

An
das Forstamt Kapellen


Seitens des Ostabschnittes wird anscheinend Antragen auf Fällerlaubnis seitens der Belgier, ohne das Forstamt davon vorher in Kenntnis zu setzen, stattgegeben. So habe ich am Freitag den 18. ds. Vorm. folgendes fest­stellen können. Als ich mich auf dem Wege nach dem Lagerplatze südlich des Steinweges Schilde–Gravenwezel befand, stand an der Schneise, in der der Lenkstrang des Forstkommandos liegt, ein Holzwagen, und ich hörte Leute beim Holzfällen. Da dieses Holz – dem Baron Geller ge­hörig – beschlagnahmt ist, ging ich nach dem Platze, auf dem ich Stimmen hörte, und fand 3 Belgier damit beschäftigt, eingefällte Stämme aus dem Busch zu ziehen. Ich stellte die Leute zur Rede, und der Besitzer M. Wens aus Westmalle wies mir ein Schreiben des Ostabschnittes v. 9. I. 18, Tgb. Nr. 7405, vor, wonach ihm die Erlaubnis zum Fällen von 15 Tannen und 1 Eiche in der Gemeinde Gravenwezel,
Sekt. B, und 1 Eiche in der Gemeinde St. Job, Sekt. A, erteilt worden ist.


Die Waldungen des Baron Geller sind gerade vom Forstamt zum Fällen der für den Heeresbedarf nötigen Hölzer vor­ gesehen und müssten deshalb solche Anträge zunächst dem Forstamt zur Kenntnis vorgelegt werden, auch wenn sie, wie im obigen Falle, im Ostabschnitt liegen.


Vorkommenden Fälle im Ostabschnitt bringen.
Wens Fälle wird bis zum Eintreffen S. eingestellt.


(Gezeichnet) Gefreiter.


Schilde, 20 januari 1918

Aan
het Bosbeheer Kapellen

Vanuit de oostelijke sector wordt blijkbaar gevolg gegeven aan aanvragen voor kapvergunning door Belgen, zonder dat het bosbeheer daarvan vooraf op de hoogte wordt gebracht. Op vrijdag de 18de van deze maand kon ik het volgende vaststellen. Toen ik mij op de weg naar de kampplaats ten zuiden van de Steenweg Schilde–Gravenwezel bevond, stond er aan de brandgang, waar de leidingslijn van het
boscommando loopt, een houtwagen, en ik hoorde mensen hout hakken. Aangezien dit hout — eigendom van baron Geller — in beslag genomen is, ging ik naar de plaats waar ik stemmen hoorde en trof ik drie Belgen aan die bezig waren geveld hout uit het struikgewas te slepen. Ik sprak de mannen aan, en de eigenaar, M. Wens uit Westmalle, toonde mij een schrijven van de Oostelijke Sector van 9 januari 1918, dagboeknummer 7405, waarin hem toestemming werd verleend voor het vellen van 15 sparren en 1 eik in de gemeente Gravenwezel, sectie B, en 1 eik in de gemeente Sint-Job, sectie A.

De bossen van baron Geller zijn echter door het bosbeheer aangewezen voor de houtkap die nodig is voor het leger en daarom moeten dergelijke aanvragen eerst aan het bosbeheer worden voorgelegd, ook wanneer ze — zoals in bovenstaand geval — in de Oostelijke Sector liggen.

Voorkomende gevallen in de Oostelijke Sector moeten worden gemeld.
De houtkap van Wens wordt opgeschort totdat S. is ingekomen.

(Handtekening), korporaal

Kapellen, 23 oktober 1918